77 puntjes op de i

Opdrachten

Maak van de vragen een indirecte vraag. Begin met de gegeven woorden.

1 Hoe gaat het met je?
– Ik ben benieuwd .
2 Waarom was je er niet?
– We wisten niet .
3 Was je ziek?
– Ik vroeg me af .
4 Kom je morgen wel?
– Weet je al ?
5 Wie komen er allemaal?
– Sjanet weet vast wel .

6 Waar gaat het over?
- Eerst zal ik vertellen .
7 Hoe is het probleem ontstaan?
- Daarna leg ik uit .
8 Welke factoren spelen een belangrijke rol?
- Ik zal duidelijk maken .
9 Wat kunnen we doen om het probleem op te lossen?
- Tot slot vertel ik .
10 Zijn er nog vragen?
- Ik ben benieuwd .