77 puntjes op de i

Opdrachten

Vul in. Gebruik ‘zelf’ of een vorm van ‘zichzelf’.

1 Hij is al 26 en gaat nu pas op wonen. Hij woonde nog steeds bij zijn moeder.
2 Het is goed om af en toe om te lachen.
3 Je moet niet al te serieus nemen.
4 Probeer het eerst . Als het echt niet lukt, help ik je.
5 Er is veel over geschreven, maar niet over zijn drie echtgenotes.
6 Dit boek koop ik voor . Ik ga het straks meteen lezen!
7 Ze heeft haar band geplakt.
8 Hij had al drie dagen geen mail gekregen. Daarom heeft hij een berichtje gestuurd om te kijken of er een probleem was. Dat ontving hij wel.
9 Mijn kleine broertje wil altijd alles doen.
10 Kun je dat niet met bespreken? Volgens mij staat Wendy wel open voor dat soort opmerkingen.