Uitwerking
1 Ik volg deze cursus om mijn Nederlands te verbeteren.
2 We hebben besloten om naar New York op vakantie te gaan.
3 Hij wil later kapper worden.
4 Ze moet bloed laten prikken om te kijken wat er aan de hand is.
5 Hij is van plan om een wereldreis te maken.
6 We zullen de volgende keer op tijd komen.
7 Ik vind het vervelend om in de file te staan.
8 Heb je de baan gekregen? Dat is goed om te horen!
9 Je hoeft van hem geen snel antwoord te verwachten, want hij is op vakantie.
10 Voor het examen probeer ik rustig te blijven.
11 Mijn oma kan heel goed naar anderen luisteren.
12 Vergeet je niet mijn boek mee te nemen?
13 Wat aardig van je om haar te helpen.
14 Durf jij een ballonvaart te maken?
15 We hebben afgesproken alleen Nederlands te praten.