77 puntjes op de i

Opdrachten

Maak de zinnen af met de gegeven woorden. Pas waar nodig de vorm van het werkwoord aan.

1 Om 12.00 uur . (een broodje – eten – in de kantine – wij)
2 Na 17.00 uur . (koffie – drinken – nooit – ik)
3 Morgen . (een nieuwe telefoon – gaan – kopen – hij)
4 In deze cursus . (je – kunnen – leren – presenteren)
5 Volgend jaar . (mijn beste vriendin – gaan – trouwen)
6 Op dit plein . (honden – moeten – aan de lijn lopen)
7 Voor deze reis . (je – moeten – gezond zijn)
8 Volgens mij . (ons elftal – de wedstrijd – gaan – winnen)
9 Daarom . (een bijbaantje – zoeken – ik)
10 Tot slot . (uw aandacht – vragen – ik – voor het volgende)