Uitwerking
1 Ik heb je al drie keer uitgelegd waarom ik te laat was.
2 Je hoeft het niet nog een keer uit te leggen.
3 De kopjes moeten nog afgewassen worden, wil jij dat even doen?
4 Ik ben vergeten ze af te wassen.
5 Als je het formulier nog niet hebt ingevuld, kun je dat deze week nog doen.
6 Hoe laat kom je morgen aan?
7 Wil je me even laten weten hoe laat je precies aankomt?
8 Ik heb erover nagedacht, maar ik weet nog steeds niet wat ik moet doen.
9 Weet je niet wat dat woord betekent? Zoek het dan op in een woordenboek.
10 Het spijt me als ik je teleurstel, maar het is niet anders.
11 Toen de soldaten geen wapens meer hadden, gaven ze zich over.
12 Toen hij te veel had gedronken, moest hij overgeven.
13 We hebben onze tuinmeubels weggegeven, want we gaan verhuizen naar een huis zonder tuin.
14 ‘Ga weg!’, riepen de kinderen tegen het monster onder hun bed.
15 Wie reikt straks de prijs uit?
16 Hij klom op het podium om de prijs uit te reiken aan de winnaar.
17 Ik heb er een hekel aan om over te stappen met de trein, want ik ben altijd bang dat ik mijn aansluiting mis.
18 Zijn alle kandidaten gezakt? Hoe kan dat nou? Dat is nog nooit voorgekomen.
19 Het komt de laatste tijd steeds vaker voor dat mijn opa dingen vergeet.
20 Er worden stoplichten geplaatst om ongelukken te voorkomen.
21 Hij heeft zijn studie in drie jaar doorlopen.
22 We hebben heel hard doorgelopen om de trein te halen.
23 Dat meisje overdrijft altijd zo, vind je niet?
24 Die wolken drijven wel weer over.
25 Hoeveel geld geef jij per maand uit aan kleding?
26 Ik ben niet van plan om dit weekend veel geld uit te geven.
27 Komt het uit dat ik bel?
28 Ik hoor graag wanneer het jou uitkomt.
29 Deze maand komt zijn nieuwe boek uit.
30 Welke film kun je me aanraden?
31 Ik raad je aan om meer te lezen.
32 Het wordt door de overheid afgeraden om daarnaartoe te gaan.
33 Ik stel voor dat we voortaan korter vergaderen.
34 Ze heeft haar nieuwe vriend aan me voorgesteld.
35 Hij heeft in zijn leven al heel wat meegemaakt.
36 Ik neem aan dat dat een grapje is.
37 Als je deze oefening hebt afgemaakt, mag je naar huis.
38 We lopen een beetje achter op het programma, maar dat is niet zo erg.
39 Wie neemt haar taken over nu zij met vakantie is?
40 Ik ben vergeten je boek mee te nemen, sorry.