77 puntjes op de i

Opdrachten

Maak de zinnen af met de constructie ‘zijn (…) aan het’ + infinitief.

1 Wat hoor ik? – O, dat is de buurvrouw. Die . (het gras maaien)
2 Hij komt zo beneden, hij . (zich even scheren)
3 Ze . (haar broertje voorlezen)
4 Hé, wat toevallig dat je belt. Ik ! (je net een mailtje schrijven)
5 Ik toen ik plotseling een raar geluid hoorde. (de was ophangen)