77 puntjes op de i

Opdrachten

Maak de zinnen af met de constructie ‘staan / zitten / liggen / lopen … (te)’ + infinitief.

1 Kan ik je straks even terugbellen? We . (zitten – net eten)
2 Waarom je ? (zitten – altijd zo zeuren)
3 Hij . (staan – het kunstwerk bewonderen)
4 De studenten . (zitten – samen een verslag schrijven)
5 Je hebt al de hele dag , nu is het genoeg. (zitten – gamen)
6 Ik . (lopen – al de hele dag alles opruimen)
7 We toen hij binnenkwam. (staan – met elkaar kletsen)
8 jullie nu alweer ? (staan – midden in de woonkamer zoenen)
9 Hij . Volgens mij is hij verliefd. (lopen – al de hele week zingen)
10 Wat je ? Zo gek is het toch niet wat ik zeg? (zitten – raar kijken)