Uitwerking
1 Kan ik je straks even terugbellen? We zitten net te eten.
2 Waarom zit je altijd zo te zeuren?
3 Hij staat het kunstwerk te bewonderen.
4 De studenten zitten samen een verslag te schrijven.
5 Je hebt al de hele dag zitten gamen, nu is het genoeg.
6 Ik loop al de hele dag alles op te ruimen.
7 We stonden met elkaar te kletsen toen hij binnenkwam.
8 Staan jullie nu alweer midden in de woonkamer te zoenen?
9 Hij loopt al de hele week te zingen. Volgens mij is hij verliefd.
10 Wat zit je raar te kijken? Zo gek is het toch niet wat ik zeg?