77 puntjes op de i

Opdrachten

Vul de juiste preposities in.

1 een week begint ze haar nieuwe baan.
2 We hebben niet elke week les, maar de week.
3 Hij gaat vakantie Spanje.
4 Kinderen de 12 mogen alleen onder begeleiding meedoen.
5 Mijn teksten laat ik altijd mijn man nakijken.
6 Ze hebben nu een meester in plaats een juf.
7 Ik heb een voorkeur zaterdag, maar vrijdag kan ik ook.
8 Ben je geslaagd het examen?
9 Ze zijn het niet me eens.
10 Ik ben heel benieuwd de uitslag.
11 Waar heb jij een hekel ?
12 De prijs hangt af het aantal deelnemers.
13 Waarom ben je boos mij?
14 Ze moet haar jongere broertje zorgen.
15 Ze is jaloers haar beste vriendin.
16 Soms schaam ik me mijn fouten.
17 Je moet je je afspraken houden.
18 Inmiddels ben ik wel gewend zijn sombere buien.
19 De nieuwe manager probeert zich aan te passen het team.
20 De korting kan oplopen twintig procent!