Uitwerking
1 Over een week begint ze met haar nieuwe baan.
2 We hebben niet elke week les, maar om de week.
3 Hij gaat op vakantie naar Spanje.
4 Kinderen onder de 12 mogen alleen onder begeleiding meedoen.
5 Mijn teksten laat ik altijd door mijn man nakijken.
6 Ze hebben nu een meester in plaats van een juf.
7 Ik heb een voorkeur voor zaterdag, maar vrijdag kan ik ook.
8 Ben je geslaagd voor het examen?
9 Ze zijn het niet met me eens.
10 Ik ben heel benieuwd naar de uitslag.
11 Waar heb jij een hekel aan?
12 De prijs hangt af van het aantal deelnemers.
13 Waarom ben je boos op mij?
14 Ze moet voor haar jongere broertje zorgen.
15 Ze is jaloers op haar beste vriendin.
16 Soms schaam ik me voor mijn fouten.
17 Je moet je aan je afspraken houden.
18 Inmiddels ben ik wel gewend aan zijn sombere buien.
19 De nieuwe manager probeert zich aan te passen aan het team.
20 De korting kan oplopen tot twintig procent!