77 puntjes op de i

Opdrachten

Vul de goede vorm in van ‘hebben’ of ‘zijn’.

1 Wanneer je met de opleiding begonnen?
2 Hij vorig jaar afgestudeerd als apotheker.
3 We ons heel goed voorbereid op de toets.
4 Wist je dat ze vorige week 50 geworden?
5 Dankzij de nieuwe cursus het percentage geslaagden sterk gestegen.
6 Tot hoe laat jullie op het feest gebleven?
7 Na mijn studie ik drie jaar in China gewoond en daarna ik naar Frankrijk verhuisd.
8 We gisteren het hele huis schoongemaakt.
9 hij nog nooit bij jou thuis geweest?
10 Ik me voorgenomen om nooit meer te liegen.