77 puntjes op de i

Opdrachten

Vul de goede vorm in van het adjectief.

Zullen we te voet naar het feest gaan? Het is maar een eindje lopen. (klein)
- Nee sorry, dat vind ik geen idee. (goed)
Ik dacht dat je van wandelen hield. Je maakt toch altijd wandelingen? (lang)
- Dat is een heel verhaal. Dan hoef ik nergens naartoe. (ander)
O nou, oké, dan nemen we de fiets. Is die fiets van jou? (geel)
- Ja, die is van mij. Wat een bloemen heb je trouwens gekocht. (mooi)
Ja hè. Ik hoop dat Sandra een vaas heeft, want het is wel een bos. (groot – enorm)
- Vast wel. Ik heb een boek voor haar gekocht. (spannend)
Ik weet zeker dat ze dat een cadeau vindt. (leuk)
- Denk je dat haar familie komt? Ik hoop dat dat neefje er ook is! (heel – schattig)