Hoofdstuk 9
Kerndoelen en soorten taalbeschouwing
Hoe verhouden de drie kerndoelen (besproken op pagina 332 van het boek) zich tot de vier soorten taalbeschouwing? Hoe gaan de kerndoelen om met andere taalbeschouwelijke onderwerpen, zoals woordsoorten benoemen (taalkundig ontleden)?
- Kerndoel 10 gaat over strategische taalbeschouwing: het hanteren van taalstrategieën bij de taalbeheersingsvaardigheden.
- Kerndoel 11 gaat over formele taalbeschouwing. Kinderen moeten redekundig kunnen ontleden ten behoeve van de spelling. Het kunnen benoemen van woordsoorten (behorend tot de taalkundige ontleding) wordt in geen enkel kerndoel aangegeven. Toch kan nuttig zijn om een aantal woordsoorten te kunnen benoemen. Het is immers moeilijk praten als je niet beschikt over termen als werkwoord (inclusief vormen als persoonsvorm, infinitief, voltooid deelwoord, enzovoort), zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord, lidwoord, voorzetsel, voegwoord, bijwoord en sommige voornaamwoorden. Daarom worden deze begrippen toch vaak aangeleerd. Vandaar dat er in het kerndoel ook staat dat leerlingen de regels kennen voor het spellen van werkwoorden en andere woorden. Denk hierbij aan bijvoorbeeld het voltooid deelwoord of het bijvoeglijk naamwoord.
- Kerndoel 12 gaat (waarschijnlijk) over semantische en strategische taalbeschouwing. Dit is een nogal ruim en redelijk vaag geformuleerd kerndoel. Immers, wat is een adequate woordenschat waarmee leerlingen over taal kunnen denken en spreken, wat zijn precies de strategieën die leerlingen moeten beheersen om voor hen onbekende woorden te begrijpen?