Hoofdstuk 9
Voorwaarden van goed taalbeschouwingsonderwijs
Hier vind je de inspirerende voorwaarden voor goed taalbeschouwingsonderwijs die worden genoemd door verschillende taaldidactici, zoals Callebaut (et al., 1999).
Verschillende taaldidactici, zoals Callebaut (1999) en Stevens (1999), noemen inspirerende voorwaarden voor goed taalbeschouwingsonderwijs:
- Vertrekt vanuit concrete, levensechte situaties. De reflectie op taal zou voor kinderen over concrete, reële taalgebruikssituaties moeten gaan en niet over contextloze, losse zinnetjes, woorden of andere taalverschijnselen die zonder betekenis beschouwd moeten worden. Dit criterium heeft enorme consequenties voor methodemakers, die taalbeschouwing vaak juist in de vorm van geïsoleerde oefeningetjes aanbieden.
- Vertrekt vanuit eigen verwondering en gedegen onderzoek. Kinderen stimuleren om ontdekkingen te doen over taal is een boeiend proces. Als leerkracht kun je dit proces ondersteunen door je goed voor te bereiden en je te verdiepen in een bepaald taal(gebruiks)verschijnsel. Te vaak maken we mee dat leerkrachten zich nauwelijks verdiept hebben in de achtergronden van bijvoorbeeld het verkleinwoordje. Als je je als leerkracht niet eerst zelf laat verwonderen, is het moeilijk om kinderen warm te krijgen voor de rijkdom van taal.
- Gaat altijd over levend taalgebruik. Als we kinderen willen laten nadenken over taal in levensechte situaties, dan hebben we altijd met levend taalgebruik te maken. Reflectie op taalgebruik staat dus centraal en als daarvoor reflectie op het taalsysteem nodig is, dan kan dat. Ook dit criterium heeft consequenties, omdat in veel leerlijnen in methodes het taalsysteem als uitgangspunt is genomen. Stevens (1999) zegt hierover: ‘Geen afgeroomde taal aanbieden dus, maar lekkere volle taal, zo’n beetje als voedzame melk. Een baby wordt nooit groot op basis van dieetvoeding.’
- Wordt uitgelegd met verrijkte spreektaal. Als leerkrachten gebruiken we graag veel vaktaal om over taal te praten. Het gevaar van te veel vaktaal is bekend: we praten over de hoofden van de kinderen heen.
- Werkt van concreet naar abstract. Het abstractievermogen van kinderen is niet oneindig groot. Van 10-jarigen verwachten dat zij een zin in zinsdelen kunnen opsplitsen en deze zinsdelen kunnen benoemen, is veel gevraagd. Kinderen kunnen alle aspecten van taal onderzoeken, zolang dat maar op een haalbaar denkniveau gebeurt. Kinderen op een concreet niveau laten nadenken over de zin van lijdend voorwerpen kan heel goed, zonder dat de term hoeft te vallen. Bijvoorbeeld: Wat vind jij van de volgende krantenkoppen?
Burgemeester geeft aan winnende groep 8.
Jongetje verliest bij ongeluk.
Politie grijpt op heterdaad
- Ondersteunt het eigen taalgebruik. Taalbeschouwing staat altijd ten dienste van een betere taalbeheersing.
- Is inductief. Kinderen zijn van nature onderzoekers. Geheel zelfstandig doorgronden ze intuïtief ons taalsysteem. Het blijft daarom raar dat zoveel taalonderwijs deductief gegeven wordt, met leerkrachten die kinderen (vol goede bedoelingen) regels en trucjes voordoen. Bij inductief taalonderwijs zorgt de leerkracht voor een rijk en levend taalaanbod waar een probleem in zit. Kinderen worden zo uitgedaagd om op een persoonlijke manier uitspraken te doen over taal. Dit inzicht kan een positieve invloed hebben op hun eigen taalvaardigheid. Callebaut stelt het zo:
- Wanneer je inductief werkt:
- kun je op allerlei dingen komen waaraan de meeste schoolboeken nooit gedacht hebben;
- zie je dingen in hun normale frequentie, met andere woorden: wat veel voorkomt, krijgt de passende aandacht, terwijl schools, deductief onderwijs nogal eens de neiging heeft veel aandacht te besteden aan weinig voorkomende uitzonderingen;
- begrijpen de leerlingen de regels beter, aangezien ze de regelmaat zelf hebben kunnen ontdekken en verwoorden;
- onthouden leerlingen beter wat ze leren;
- leren ze werken met een methode die door wetenschappers gebruikt wordt;
- ontwikkelen ze hun verstand, want ze moeten niet nabootsend denken, maar ontwikkelend, creatief en divergent.
- Levert correcte taaluitspraken op. Kinderen komen via een inductieve aanpak tot persoonlijke uitspraken over taal. Deze uitspraken moeten wel correct zijn.
Literatuur
- Callebout, I. (1999), Taalbeschouwing op de basisschool. Antwerpen: Garant.
- Stevens,M. & Callebaut, I. (1999) Taalbeschouwing op de basisschool – Reisgids. Antwerpen: Garant.