Uitwerking
1 Als je de soep niet lekker vindt, mag je hem laten staan.
2 Als je je bord niet leegeet, krijg je geen toetje.
3 Als het niet regent, ga ik op de fiets.
4 Als je je huiswerk niet hebt gemaakt, moet je dat voor de volgende keer alsnog doen.
5 Omdat ik niet moe ben, kijk ik nog een film.
6 Omdat hij het niet zo druk heeft, begint hij vandaag wat later.
7 We gaan samen op vakantie, omdat we het in ons eentje niet gezellig vinden.
8 Ik ga naar een copyshop omdat ik thuis niet kan printen.