77 puntjes op de i

Opdrachten

Geef antwoord met ‘er’. Bijvoorbeeld:

Kijk je naar die serie?
- Ja, ik kijk ernaar.
- Nee, ik kijk er niet naar.

1 Luister je naar dat soort muziek?
- Ja, ik .
- Nee, ik .

2 Droom je over de vakantie?
- Ja, ik .
- Nee, ik .

3 Heb je moeite met autorijden in het donker?
- Ja, ik .
- Nee, ik .

4 Is ze uitgenodigd voor het feest?
- Ja, ze .
- Nee, ze .

5 Gaat hij naar de bibliotheek?
- Ja, hij .
- Nee, hij .

6 Ben je allergisch voor koemelk?
- Ja, ik .
- Nee, ik ben er niet allergisch voor.

7 Protesteren ze tegen de nieuwe wet?
- Ja, ze .
- Nee, ze .

8 Heb je een hekel aan stofzuigen?
- Ja, ik .
- Nee, ik .