Uitwerking
1 Luister je naar dat soort muziek?
- Ja, ik luister ernaar.
- Nee, ik luister er niet naar.
2 Droom je over de vakantie?
- Ja, ik droom erover.
- Nee, ik droom er niet over.
3 Heb je moeite met autorijden in het donker?
- Ja, ik heb er moeite mee.
- Nee, ik heb er geen moeite mee.
4 Is ze uitgenodigd voor het feest?
- Ja, ze is ervoor uitgenodigd.
- Nee, ze is er niet voor uitgenodigd.
5 Gaat hij naar de bibliotheek?
- Ja, hij gaat ernaartoe.
- Nee, hij gaat er niet naartoe.
6 Ben je allergisch voor koemelk?
- Ja, ik ben er allergisch voor.
- Nee, ik ben er niet allergisch voor.
7 Protesteren ze tegen de nieuwe wet?
- Ja, ze protesteren ertegen.
- Nee, ze protesteren er niet tegen.
8 Heb je een hekel aan stofzuigen?
- Ja, ik heb er een hekel aan.
- Nee, ik heb er geen hekel aan.