Hoofdstuk 12
Effecten van woordenschatonderwijs
Hier kun je een aantal titels van artikelen vinden over het effect van woordenschatonderwijs.
- Droop, M., Peters, S. Aarnoutse, C. & Verhoeven, L. (2005), Effecten van stimulering van beginnende geletterdheid in groep 2. Pedagogische Studiën, 2, 160-180.
Deze studie toonde aan dat tweetalige leerlingen in de onderbouw vooruitgingen in hun passieve woordenschat door een programma waarbij prentenboeken op een interactieve wijze werden voorgelezen en ook op andere manieren aandacht aan de beginnende geletterdheid werd besteed.
- Biemiller, A. & Boote, C. (2006). An effective method for building meaning vocabulary in primary grades. Journal of Educational Psychology, 98, 44-62.
Deze auteurs hebben verschillende experimenten uitgevoerd met jonge kinderen en vonden dat een intensieve manier van woorden onderwijzen beter resultaat gaf dan alleen woorden kort uitleggen bij voorleesverhalen. Zij concluderen dat als nieuwe woorden op continue basis op een juiste manier en in een juist tempo onderwezen worden, in drie jaar de woordenschatgroei 1.000 tot 1.500 woorden in totaal kan bedragen.
- Beck, L.J. & McKeown, M.G. (2007). Increasing young low-income children’s oral vocabulary repertoires through rich and focused instruction. The Elementary School Journal, 107(3), 251 – 271.
Ook deze auteurs onderzochten het effect van een uitgebreide uitleg. Zij toonden aan dat hiermee de woordenschat van kinderen met een achterstand op dit gebied aanzienlijk vergroot wordt. Bijzonder is dat zij zich richtten op het aanleren van moeilijkere woorden die vooral in leesteksten voorkomen en die de kinderen niet in de gewone dagelijkse taal tegenkomen.