Portaal

Hoofdstuk 12

Parafraseren

Hier vind je een voorbeeld van een alinea die de leerkracht parafraseert zodat de leerlingen de inhoud beter begrijpen.

Natuurlijke vezels

Er zijn twee soorten vezels: natuurlijke vezels en kunstvezels. (…) Misschien heeft jouw moeder een zijden pyjama of blouse? Deze zachte stof wordt gemaakt van de draden van de cocon van de zijderups. In deze cocon verandert de rups in twee weken in een vlinder. De draad van de cocon kan wel 1500 meter lang zijn. Hij is zo dun dat je er ongeveer twintig nodig hebt om zijdegaren van te maken.

De leerkracht leest de tekst hardop voor. De kinderen lezen mee. In de voorbereiding is een aantal woorden al uitgelegd, onder andere met behulp van lappen stof, zoals een zijden sjaal. Bij de volgende zinnen parafraseert ze de tekst: ‘“Misschien heeft jouw moeder een zijden pyjama of blouse?” We hebben gezien wat zijde is. Dit is zijde, heel zacht en dun.’ (De leerkracht houdt de sjaal omhoog) Op het bord heeft ze een schema gezet met tekeningen van rups naar cocon naar zijdedraad. Ze wijst op het schema.

‘Deze stof, deze zijde maken ze van de draden van de cocon van de zijderups. Een cocon is het huisje waarin een rups zich opsluit voordat de rups een vlinder wordt. Kijk hier zie je de rups en hier zie je de cocon. De rups weeft draden om de cocon te maken. De cocon bestaat dus uit draden.’

De leerkracht leest verder: ‘“In deze cocon verandert de rups in twee weken in een vlinder. De draad van de cocon kan wel 1500 meter lang worden.” Dat is langer dan een kilometer, wel anderhalf keer een kilometer, dus erg lang. “Hij is zo dun dat je er ongeveer twintig nodig hebt om zijdegaren te maken.” ( De leerkracht wijst weer op het bord) ‘De draad van de cocon is zo dun dat je wel twintig van die draden nodig hebt om er één zijden draad van te maken. Dus het garen, de draad waarvan zijde is gemaakt, is de draad van de cocon, maar van elke draad van de cocon heb je er twintig nodig om één zijden draad te maken, dus het garen van de zijde is gemaakt van twintig draden van een cocon.’

De leerkracht parafraseert niet alleen de zinnen van de tekst, ze geeft ook extra uitleg en verbindt deze uitleg aan het schema dat op het bord staat. Op die manier verbindt ze haar parafrases aan de visuele context.