Portaal

Hoofdstuk 12

Wat nu, Olivier?

Hier website is een voorbeeld uitgewerkt voor het prentenboek Wat nu, Olivier? (Roor, 2002).

Hier vind je een uitgewerkt voorbeeld van preteaching voor het prentenboek Wat nu, Olivier? De betekenis van belangrijke woorden wordt duidelijk uitgelegd aan de hand van voorwerpen en de afbeeldingen in het boek.

1. Woordenschatactiviteit

Uit het prentenboek Wat nu, Olivier? zijn de volgende woorden geselecteerd: de hark, de bladeren, de was, de lijn en ophangen. Je hebt voorwerpen die daarbij horen. Je pakt het (speelgoed)harkje en zegt:

Dit is een hark. Kijk, met een hark kun je harken.

Met de hark kun je de bladeren bij elkaar harken.

Dit zijn de bladeren, ik hark de bladeren bij elkaar. (Je voert de handelingen uit.)


Je geeft het harkje door en laat de kinderen de tanden voelen. Je laat de kinderen ook harken en benoemt de handelingen.

Wie heeft nu de hark? Ferhat heeft de hark.

Hark de bladeren bij elkaar, zo, goed.

Nu Aisha. Pak de hark. Hark de bladeren bij elkaar.

Goed zo, leg de hark maar weer op tafel.


Dan laat je de was zien en je gaat samen met de kinderen de was aan de lijn hangen.

Dit is de was. Deze kleren bij elkaar noem je de was.

Het is de schone was, de kleren zijn gewassen, dat heet de was.

Nu gaan we de was ophangen.

De was hangen we aan de lijn, kijk maar, met de knijpers hangen we de was op.


De kinderen hangen nu om de beurt iets op en je benoemt de handelingen. Vervolgens herhaal je nog eens de aan te leren woorden en de kinderen wijzen de voorwerpen aan.

Zo, nu hebben we de hark, de bladeren, de was en de lijn. En de was hangt aan de lijn.

 

2. Voorlezen van het prentenboek

De tekst in het prentenboek luidt:

Mama hangt de was op.

Papa harkt de bladeren bij elkaar.

Kijk daar! Wat een mooi geel blad!

Olivier rent erachteraan.

Bij het voorlezen herhaal je de woorden. In het volgende voorbeeld zijn de herhalingen tussen haakjes gezet. Bij de laatste zin gaat het niet alleen om een herhaling van de woorden ´het gele blad’, maar ook om de term ‘erachteraan’ te verduidelijken door in de herhaling ‘achter het gele blad aan’ te lezen.

Mamma hangt de was op.

(Kijk dit is de was, hier hangt de was, aan de lijn.)

Mamma hangt de was op.

Pappa harkt de bladeren bij elkaar.

(Kijk met de hark doet pappa dat. (Wijs de hark aan.) Goed zo, dit is de hark en dit zijn de bladeren, allemaal bladeren.)

Kijk daar! Wat een mooi geel blad!

Olivier rent erachteraan. (Kijk, Olivier rent achter het gele blad aan.)

Bron: Root & Denise, 2002

 

Literatuur:

Root, P.  & Denise, C. (2002). Wat nu Olivier. Rotterdam: Lemniscaat.