Portaal

Hoofdstuk 12

Ontwerpniveaus

Hier vind je meer over de visies die in de afgelopen decennia over het leren van een nieuwe taal zijn opgeworpen. 

In hoofdstuk 3 heb je kunnen lezen over drie theorieën die geopperd zijn om het proces van de tweedetaalverwerving te verklaren.

  • De interferentietheorie verklaart de fouten die tweedetaalleerders maken uit de invloed die de regels van de eerste taal uitoefenen op het verwerven van de tweede taal.
  • De universalistische theorie legt de nadruk op het feit dat bij sommige regels de tweedetaalleerder dezelfde fouten maakt als een kind die die taal als eerste taal leert.
  • De interactionele benadering legt de nadruk op de rol van het taalaanbod. In interactie met de mensen in de omgeving van de tweedetaalleerder wordt de tweede taal gebruikt en dit taalaanbod speelt een belangrijke rol bij de taalverwerving. Hoe meer taalaanbod tweedetaalleerders krijgen in hun tweede taal, des te sneller zullen ze die tweede taal leren.

Deze laatste benadering is de laatste tijd aangevuld met de theorie dat de tweedetaalleerders bij het leren van een tweede taal in hun hoofd een soort kansberekeningen uitvoeren. Daardoor kunnen ze de stroom van klanken waaruit gesproken taal bestaat, uitsplitsen in woorden. Ze berekenen dan als het ware de kans dat er een woordgrens tussen woorden optreedt en concluderen daaruit welke woorden ze horen. Hetzelfde proces van kansberekening wordt toegepast voor het achterhalen van de betekenis van woorden en het leren van regels. Door interactie met de mensen die de tweede taal aanbieden, kunnen deze berekeningen met meer succes worden uitgevoerd. De moedertaalsprekers kunnen door veel te herhalen en de woorden te verduidelijken de kansberekeningen vergemakkelijken.