Portaal

Hoofdstuk 12

Tweetalig?

Welke andere taal beheers jij het best naast je moedertaal? In hoeverre ben je dan tweetalig? 

Kun je spreken over tweetaligheid als je twee talen vlot spreekt, maar in de ene taal wel kunt schrijven en lezen en in de andere taal niet? Wanneer ben je eigenlijk tweetaligheid? In de literatuur zijn hier verschillende opvattingen over. Zo werd tweetaligheid vroeger omschreven als het beheersen van twee talen op hetzelfde niveau als moedertaalsprekers. Maar deze vorm van tweetaligheid komen we weinig tegen. Misschien is de volgende definitie bruikbaar: tweetaligheid houdt in dat je twee talen goed beheerst in de sociale situaties waarin je die talen gebruiken moet. Deze omschrijving is ook niet helemaal waterdicht, want iemand die thuis de ene taal spreekt en op haar werk een andere taal zal woorden die bij de thuisomgeving passen in de ene taal wel en in de andere taal niet goed kennen. Omgekeerd zal haar woordenschat voor woorden die bij de werksituatie horen in de andere taal niet erg groot zijn. Toch is deze omschrijving tegenwoordig wel gebruikelijk. De nadruk ligt hierbij op het gebruik van talen voor de communicatie op de werkvloer. Deze opvatting over tweetaligheid hoort dus bij de moderne ontwikkelingen waarbij mensen met een bepaalde moedertaal werken in een land waar die taal niet gesproken wordt. Ze spreken thuis hun eigen taal en op het werk een taal die veel mensen als algemeen communicatiemiddel hanteren ‒ vaak is dat het Engels.

In dit artikel kun je meer vinden over opvattingen over tweetaligheid.

Zie verder over tweetaligheid en tweetalig opvoeden: Van der Linden & Kuiken (2012).

Literatuur

  • Linden, E. van der & Kuiken, F. (2012). Het succes van tweetalig opvoeden. Gids voor ouders en opvoeders. Leuven/Den Haag: Acco.
  • Marian, V., Faroqi-Shah, Y., Kaushanskaya, M., Blumenfeld, H. K., & Sheng, L. (2009). Bilingualism: Consequences for language, cognition, development, and the brain. ASHA Leader14(13), 10-13.