Portaal

Hoofdstuk 12

Hoeveel woorden kennen kinderen?

Hoeveel woorden kent een kleuter bij binnenkomst in groep 1 gemiddeld en hoeveel kent een leerling aan het eind van groep 8 er? En wat is het verschil in omvang tussen de Nederlandse woordenschat van tweedetaalleerders en die van leerlingen die het Nederlands als moedertaal hebben? Hierover doen verschillende cijfers de ronde. 

Nation en Waring (1997) gaan ervan uit dat een 5-jarige kleuter beschikt over een woordenschat van vier- tot vijfduizend woorden of ‘woordfamilies’, zoals zij dat noemen. Aitchison (2003) schat dit aantal lager in, namelijk drieduizend. In het boek Woorden leren, woorden onderwijzen wordt gesteld dat 4-jarige kinderen tussen de tweeduizend en drieduizend woorden beheersen (Verhallen & Verhallen, 1994, p. 17). Dit komt dus in de buurt van het aantal dat Aitchison geeft. Schaerlaekens (2008) gaat hierop verder in en schrijft dat het veel eenvoudiger is om de omvang van de actieve woordenschat te bepalen dan die van de passieve. Sommige onderzoekers vermelden echter niet of hun schattingen gebaseerd zijn op passieve of actieve beheersing. Dit betekent dat de schattingen uiteen kunnen lopen.

In figuur 12.1 zijn de scores te zien die de kinderen behaalden op de TAK (Taaltoets Allochtone Kinderen – onderdeel passieve woordenschat). Op basis van deze scores kunnen we inschatten dat Nederlandstalige kinderen op de leeftijd van 4,5 tot 5 jaar gemiddeld een passieve woordenschat hebben van ruim drieduizend woorden. We moeten bij deze cijfers bedenken dat dit steeds schattingen zijn. Dat geldt ook voor de omvang van de gemiddelde woordenschat van de kleuters die het Nederlands niet als moedertaal hebben. Op de grafiek kunnen we aflezen dat ze een score behalen van tussen de 20 en 25 punten, hetgeen zou betekenen dat ze dan ongeveer duizend woorden kennen. Ook dit is een benadering en de individuele verschillen lopen in deze groep erg uiteen. Toch kunnen we zien dat er gemiddeld een groot verschil met de Nederlandstalige kinderen bestaat en de tweedetaalleerders moeten dus veel inhalen op dit gebied.

Literatuur

  • Aitchison, J. (2003). Words in the mind. An introduction to the mental lexicon. Oxford: Blackwell.
  • Nation, P. & Waring,R. (1997). Vocabulary size, text coverage and word lists. In: N. Schmitt & M. McCarthy (Eds.), Vocabulary: Description, acquisition and pedagogy (pp. 6-19). Cambridge: Cambridge University Press.
  • Schaerlaekens, A. (2008). De taalontwikkeling van het kind. Groningen: Wolters-Noordhoff.
  • Verhallen, M. & Verhallen, S. (1994). Woorden leren, woorden onderwijzen. Handreiking voor leraren in het basis- en voortgezet onderwijs. Hoevelaken: CPS.
  • Verhoeven, L. & Vermeer, A. (1989). Diagnose van kindertaal. Nederlandse taalvaardigheid van autochtone en allochtone kinderen. Tilburg: Zwijsen.