Portaal

Hoofdstuk 12

In schema

Hier vind je een toelichting op het schema van pagina 434 uit Portaal.

Tweedetaalonderwijs:

  • instructie over de te leren taal alleen in de te leren taal;
  • de te leren taal is ook de voertaal in en buiten de school.

Bij tweedetaalonderwijs wordt systematisch aandacht besteed aan de tweedetaalverwerving. Bij het onderwijs in Nederlands als tweede taal (NT2-onderwijs) is het de expliciete bedoeling van de leerkracht dat de leerlingen het Nederlands snel en goed leren. Er is dus sprake van ‘gestuurde’ taalverwerving.

De uitleg van woorden en grammaticale regels gebeurt bij tweedetaalonderwijs niet in de moedertaal van de leerlingen, maar in de tweede taal, de taal die ze dus nog moeten leren (de doeltaal). Vaak spreekt de leerkracht de moedertaal van de tweedetaalleeerders niet. Het is dan niet mogelijk om te vertalen naar de moedertaal; de leerlingen moeten alles leren met het Nederlands als voertaal.

Omdat bij tweedetaalonderwijs de doeltaal (bij NT2-onderwijs dus het Nederlands) ook buiten de school wordt gesproken, kunnen de leerlingen hiermee buiten de klas eveneens in aanraking komen. Dit is natuurlijk bevorderlijk voor hun tweedetaalverwerving. Het hangt wel af van hun woonsituatie of ze het Nederlands veel om zich heen horen. In gemengde buurten en wijken zullen ze ook contacten hebben met Nederlandstalige kinderen, maar dat is wellicht minder het geval in wijken waar weinig moedertaalsprekers wonen.

Vreemdetalenonderwijs:

  • instructie over de te leren taal (vaak) in eigen moedertaal;
  • de te leren taal is niet de voertaal in en buiten de school.

Bij vreemdetalenonderwijs leer je op school een vreemde taal die in je eigen land niet de voertaal is, zoals het Engels of Duits. De taal die je moet leren hoor je op school, maar meestal niet erg vaak in je eigen thuisomgeving. De leerkracht van wie je dit onderwijs krijgt, is niet altijd een moedertaalspreker van deze taal.

De uitleg van de woorden en de regels vindt plaats in het Nederlands, want dat is de voertaal op school. Soms is het vreemdetalenonderwijs helemaal in de doeltaal en dan is alle uitleg ook in die taal, maar je kunt bij vreemdetalenonderwijs wel bijna altijd werken met vertalingen en met tweetalige woordenlijstjes.

Ongestuurde tweedetaalverwerving:

  • door interactie met moedertaalsprekers;
  • communicatie is het belangrijkste middel.

‘Ongestuurd’ betekent in dit geval dat de kinderen een taal leren zonder dat daar een vooropgesteld leerplan voor is. Ze leren door middel van interactie met volwassenen en kinderen in hun directe omgeving de taal op een niet-geplande wijze. De volwassenen hebben bij hun communicatie niet de bedoeling om het kind de taal te onderwijzen. De communicatie staat voorop en het leren van de taal is daarvan als het ware een ‘bijproduct’.

Gestuurde tweedetaalverwerving:

  • vindt plaats volgens plan;
  • lesstof is van tevoren geselecteerd en geordend;
  • doordachte uitleg en instructie;
  • systematische oefening;
  • instructietaal is ook doeltaal.

Bij gestuurde taalverwerving wordt het leren van de tweede taal niet aan het toeval overgelaten. Er is een leerplan en de doelen zijn van tevoren duidelijk vastgesteld met de termijnen waarbinnen die behaald moeten worden. Bij gestuurde tweedetaalverwerving ligt de leerstof vast en zullen de leerlingen veel oefenen, zowel voor het begrijpen van de taal als voor het zelf leren spreken. Zoals hierboven al vermeld vindt bij gestuurde tweedetaalverwerving alle uitleg plaats in de doeltaal, dus in de taal die de kinderen nog moeten leren.