Hoofdstuk 12
Taalverwervend oefenen
Hier vind je een voorbeeld van woordenschatoefening die gericht is op taalverwerving.
In een oefening uit de taalmethode moeten de leerlingen nieuwe woorden maken van samenstellingen. Er staat:
- Hieronder zie je een lijst woorden.
- Schrijf de woorden over.
tekenles
gymzaal
schoolplein
loofbomen
zuurstof
- Kleur het eerste woord van de samenstellingen geel.
- Maak nieuwe woorden. Verander het eerste of tweede deel van het woord. Schrijf de nieuwe woorden op. Voorbeeld: schoolbord.
Voor tweedetaalleerders is dit een moeilijke oefening. Ze hebben niet altijd genoeg woorden tot hun beschikking om geheel nieuwe samenstellingen te maken. Bovendien is het de vraag of ze er iets van leren. Als ze er geen nieuwe woorden of nieuwe regels van leren, is de oefening niet taalverwervend. Daarom kan de oefening ook op een andere manier gegeven worden, bijvoorbeeld als volgt.
De leerkracht schrijft twee woorden op het bord:
school ‒ gym
Dan legt hij uit dat hij met deze woorden weer andere woorden kan maken. Hij geeft twee voorbeelden:
school – schoolplein
gym – gymzaal
Hij legt uit dat de eerste twee samenstellingen een combinatie zijn van twee (zelfstandige naam)woorden en dat het tweede deel het lidwoord bepaalt. Het is dus de school, maar het schoolplein, want het is het plein. Bij de gymzaal blijft het de gymzaal. Dit schrijft hij op het bord met onderstreping van het lidwoord en hij maakt daarbij het tweede deel opvallend door een andere kleur:
de school – het plein => het schoolplein; de gym – de zaal => de gymzaal
Dan schrijft hij andere woorden op het bord en vraagt de kinderen hoe die gecombineerd kunnen worden met de eerste rij, bijvoorbeeld: schoenen – agenda – tas – gebouw – bord. Hij schrijft steeds de samenstelling op die de kinderen noemen en onderstreept het lidwoord. Nu nodigt hij de kinderen uit meer woorden te bedenken waarmee deze twee woorden gecombineerd kunnen worden. Hij laat de kinderen nadenken over het lidwoord dat het nieuwe woord krijgt. De nieuwe samenstellingen schrijven de kinderen in hun schrift.
De kinderen hebben met deze oefening geleerd dat een samenstelling uit twee delen bestaat en dat het nieuwe woord steeds het lidwoord krijgt van het tweede deel van de samenstelling en ze hebben zelf kunnen oefenen met het maken van samenstellingen, maar zonder dat ze overvraagd werden.