Portaal

Hoofdstuk 12

Snellere groei

Hier vind je een samenvatting van een overzichtsstudie over dit onderwerp van Marulis en Neuman (2013).

Marulis en Neuman hebben een zogenoemd meta-onderzoek uitgevoerd om het verband tussen woordenschatonderwijs en de groei van de woordenschat van kinderen nader te bepalen. Met meta-onderzoek wordt bedoeld dat ze niet zelf onderzoek hebben gedaan naar dit verband, maar verschillende andere onderzoeken hebben bekeken en de resultaten hiervan onder de loep hebben genomen.

Woordkennis speelt een fundamentele rol bij het leren lezen. Voor beginnende lezers is hun mondelinge woordenschat het uitgangspunt voor hun leesproces. Veel studies hebben aangetoond dat de omvang van de mondelinge woordenschat bepaalt in hoeverre de leerling de te lezen tekst begrijpt. Hierom is het van belang na te gaan welke kenmerken van de leerling of van het woordenschatonderwijs inspelen op de groei van de woordenschat en zo mede bepalen hoe goed de leerling leert lezen.

Marulis en Neuman vonden dat woordenschatonderwijs een sterk effect heeft op de woordenschatgroei van kinderen. Kenmerken van het onderwijs die gunstig werkten, waren niet de groepsgrootte, maar wel de kwaliteit van de lesgevende. Het effect van woordenschatonderwijs was namelijk groter als de leerkracht gerichte training had ontvangen. Daarnaast bekeken zij de wijze van lesgeven en vonden dat het duidelijk bepalen van het lesdoel (de te leren woorden) en een expliciete, heldere uitleg de woordenschatgroei gunstig beïnvloedden.

Kinderen uit gezinnen met een laag sociaal-economische status leerden minder snel nieuwe woorden dan kinderen uit gezinnen met een betere sociaal-economische positie. Op de woordenschatgroei van kinderen die te maken hadden met veel risicofactoren tegelijk hadden de woordenschatlessen nog minder effect. Vooral armoede bleek een belangrijke risicofactor te zijn.

Bijna alle onderzoeken die Marulis en Neuman voor hun meta-onderzoek bekeken, speelden zich in de Verenigde Staten af. De resultaten kunnen daarom niet zonder meer toegepast worden op de Nederlandse situatie. Niettemin wijst hun meta-onderzoek erop dat de groei van de woordenschat wordt gestimuleerd door doordachte woordenschatlessen die gegeven worden door goed opgeleide leerkrachten. Het onderstreept dus het belang van goed woordenschatonderwijs, met name voor kinderen die zowel in een zwakke sociaal-economische situatie verkeren als het Nederlands niet als eerste taal spreken.

Literatuur

Marulis, L. & Neuman, S.B. (2013). How vocabulary interventions affect young children at risk. A meta-analytic review. Journal of Research on Educational Effectiveness, 6(3), 223-262.